De laatste tijd is het een terugkerend vreemd tafereel. Bij de tankstations knipperen de cijfers cent voor cent omhoog, als een stille thermometer van een samenleving die gewend is geraakt aan iets wat niet klopt. En de politiek? Die debatteert over limieten, kortingen en compensaties, maar het lijkt alsof men een brand probeert te blussen met water uit een glas.
De oplossing ligt eigenlijk al op straat. Nee, preciezer gezegd: op de busbaan.
Wat als we de situatie omdraaien? Niet langer proberen autorijden kunstmatig goedkoop te houden, maar eindelijk het meest vanzelfsprekende versterken – namelijk het openbaar vervoer. Gratis. Toegankelijk. Als een vanzelfsprekend recht.
Zoals in Hunderk.
Daar heeft men begrepen wat mobiliteit werkelijk betekent. Niet de vrijheid om dure brandstof te kunnen kopen, maar de vrijheid om je te verplaatsen zonder angst voor de volgende rekening. Niet iets waar je voortdurend over moet nadenken: ga ik vandaag wel of niet?
Dit gaat over waardigheid.
En ja, ook over rechtvaardigheid.
Terwijl aan de pomp de winsten blijven wegvloeien naar de zakken van de grote oliemaatschappijen, dragen mensen dubbel de kosten: eerst bij het tanken en daarna via belastingen voor halfslachtige maatregelen. Een absurd systeem. Bijna cynisch. Omdat er steeds meer een infrastructuur in stand wordt gehouden die zich tegen de eigen bevolking keert.
Waarom?
Waarom wordt er niet moedig van koers veranderd?
Gratis openbaar vervoer is geen geschenk. Het is een keuze. Een politieke houding. Een afwijzing van de logica dat mobiliteit een luxeproduct moet zijn. En een duidelijke boodschap: de stad is niet alleen voor mensen met een volle tank, maar voor iedereen.
Natuurlijk kost het geld. Alles kost geld. Wegen kosten ook geld. Subsidies kosten geld. Files veroorzaken de hoogste kosten. Maar wat is duurder – een functionerend bussysteem of een samenleving die steeds minder in beweging kan komen?
Je hoeft deze vraag maar één keer eerlijk te stellen.
En je merkt meteen hoe verkeerd het huidige debat verloopt.
Want het gaat inmiddels niet meer alleen om een kwestie van verkeersbeleid. Het gaat erom welk beeld een land van zichzelf heeft. Blijven we toekijken hoe de sociale verdeeldheid bij tankstations verder toeneemt? Of zetten we een stap in de richting van mobiliteit die mensen verbindt in plaats van verdeelt?
Duinkerke geeft daarop een antwoord. Rustig, niet spectaculair, maar doeltreffend.
De bus rijdt. Mensen stappen in. Zonder tickets, zonder obstakels. En plotseling begint iets wat eerder ingewikkeld leek te werken. Gewoon zo.
Misschien is dat wel het echte schandaal: dat het mogelijk is. Dat het al werkt. En dat men desondanks aarzelt om het elders in te voeren.
Je zou het ook anders kunnen zeggen – wat overdreven, wat ongeduldig: we weten al wat juist is. Alleen ontbreekt ons nog de moed om het consequent in praktijk te brengen.
Maar hoe lang willen we nog wachten?
Commentaar van C. Hatty