Terug

Nachrichten.fr · June 17, 2026

Als prijzen leren vliegen – maar alleen omhoog

Ach, wat geruststellend. Autofortijders mogen weer eens ervaren hoe wonderbaarlijk efficiënt onze economie kan functioneren. Stijgt de olieprijs ergens ter wereld met een paar cent, dan reageren tankstations bijna met lichtsnelheid. Je zou bijna denken dat de pompstations direct verbonden zijn met de internationale beurzen. Ongelooflijk hoe snel zulke informatie wordt verwerkt.

Maar dan gebeurt er iets verbazingwekkends.

De olieprijzen dalen.

En plots lijkt de tijd langzamer te gaan.

Dan is het ineens: voorraden moeten eerst worden afgebouwd. Men moet de ontwikkeling observeren. Men moet rekenen, controleren, analyseren. De snelheid die bij prijsverhogingen nog aan een Formule 1-auto deed denken, verandert plotseling in een rustige rit met de koets door het platteland.

Wat een opmerkelijke natuurwet.

De raket schiet omhoog, de veer dwarrelt naar beneden.

Burgers kennen dit spel inmiddels goed. Ze zien het bij het tankstation. Ze zien het bij de stroomprijzen. Ze zien het in de supermarkt. Overal dezelfde choreografie. Wordt iets duurder, dan gebeurt dat direct. Zou iets goedkoper kunnen worden, dan vraagt dat tijd. Heel veel tijd.

Soms zoveel tijd dat je je afvraagt of de prijsverlaging misschien onderweg de weg kwijt is geraakt.

Natuurlijk zijn er overal verklaringen voor. Die zijn er altijd. Experts leggen het uit, handelaren leggen het uit, bedrijven leggen het uit. Maar achterblijft bij veel mensen toch het gevoel dat de wetten van de markt blijkbaar een merkwaardige scheve kant hebben. Als een schip dat alleen maar in één richting vaart.

Vooral bitter is dat voor degenen die elke euro twee keer moeten omdraaien. Voor forenzen, vaklieden, zorgverleners of gezinnen op het platteland is de auto geen luxeobject. Het is dagelijkse realiteit. Het is noodzaak. Het is de verbinding naar werk, school, dokter of de dichtstbijzijnde supermarkt.

En precies deze mensen horen al jaren dezelfde melodie.

„Helaas moeten wij de prijzen verhogen.”

Bij dalende kosten klinkt het refrein dan:

„Alstublieft, heb nog wat geduld.”

Hoe genereus.

Je zou er bijna door geraakt worden.

Misschien zouden automobilisten voortaan op dezelfde manier kunnen handelen. Wanneer de tankrekening betaald moet worden, zou men vriendelijk kunnen uitleggen dat men het bedrag natuurlijk wil voldoen – maar met enige vertraging. Er moeten immers nog wat voorraden op de rekening verwerkt worden.

Dat enthousiasme zal vermoedelijk beperkt zijn.

Juist daarom groeit de frustratie. Niet alleen door de hoogte van de prijzen. Maar door de indruk dat regels voor sommigen opvallend flexibel zijn. Voor consumenten telt elke cent. Voor de mechanismen van prijsvorming lijkt elke cent ineens een filosofische kwestie te worden.

En zo staan miljoenen mensen nog steeds voor de prijsaanduidingen van de tankstations en wachten op die prijsdalingen die zogenaamd onderweg zijn.

Waarschijnlijk komen ze.

Ooit.

Misschien.

Als ze onderweg niet nog duurder worden.

Andreas M. Brucker