Een vos, een raaf, een schildpad en vermoedelijk ergens ook een behoorlijk zelfverzekerde haas: wie het Maison de Jean de La Fontaine in Château Thierry binnenstapt, ontmoet oude bekenden. Sinds 15 januari 2026 is het geboortehuis van de beroemde Franse fabeldichter na meerdere jaren restauratie weer open voor bezoekers. En van een klassiek literatuurmuseum is een plek ontstaan die verrassend levendig vertelt.
Jean de La Fontaine werd hier in 1621 geboren. Het renaissancehuis met zijn rijk versierde gevel, stenen trappenhuis, zichtbare houten balken en een stille tuin vertelt daarom niet alleen literatuurgeschiedenis. Het vertelt ook over een jongen uit Château Thierry die later uitgroeide tot een van de bekendste schrijvers van Frankrijk.
Al bij binnenkomst merk je: hier hoeft niemand eerbiedig van vitrine naar vitrine te sluipen.
De nieuwe tentoonstelling zet in op sfeer, verhalen en ontmoetingen. Dieren uit de beroemde Fables begeleiden de rondgang, multimediale elementen verklaren de wereld van de 17e eeuw en historische voorwerpen brengen de bezoeker dichter bij de mens achter de verzen. La Fontaine verschijnt daarbij niet louter als de auteur wiens fabels generaties Franse schoolkinderen uit het hoofd leerden. De bezoeker ontmoet een dichter, verteller, filosoof en bijzonder scherpe observator van zijn medemensen.
En eerlijk gezegd: wat kan voor een schrijver interessanter zijn dan de kleine zwakheden van zijn tijdgenoten?
Juist daarin schuilt tot op heden de aantrekkingskracht van zijn verhalen.
In zijn fabels ruziën dieren, vleien ze elkaar, spelen ze listen, heersen, verliezen en zegevieren. Maar achter vacht, veren en poten gaan mensen schuil. Macht en ijdelheid, hebzucht en slimheid, onrechtvaardigheid en opportunisme bepalen deze kleine literaire toneelstukken. Wie ze heeft opgeslagen als onschuldige dierenverhalen uit zijn kindertijd, zal tijdens de rondgang menige verrassing beleven.
De gerestaureerde Maison de Jean de La Fontaine plaatst deze opmerkelijke actualiteit bewust centraal. Waarom lijken verhalen uit de 17e eeuw soms alsof iemand gisteren, kijkend naar onze samenleving, een paar notities heeft gemaakt?
De tentoonstelling geeft daarop geen antwoord met een opgeheven vinger. Ze laat La Fontaine zelf aan het woord.
Bijzonder aantrekkelijk zijn de historische collecties. Oude uitgaven van de Fables, handgeschreven manuscripten, brieven en zijn doopinschrijving schetsen een persoonlijker beeld van de schrijver. Documenten herinneren bovendien aan een minder bekende kant van zijn leven: La Fontaine bekleedde tijdelijk het ambt van Maître des Eaux et Forêts en hield zich zo heel praktisch bezig met bossen, wateren en hun beheer.
Ook kunst krijgt veel ruimte. Eeuwenlang inspireerden de fabels illustratoren en kunstenaars. Werken en uitgaven laten zien hoe verschillend elk tijdperk de dieren van La Fontaine heeft gezien. De reis loopt van François Chauveau, die de werken van de dichter al tijdens diens leven illustreerde, tot Salvador Dalí.
Het huis zelf blijft daarbij misschien wel het mooiste tentoonstellingsstuk.
Hier bracht La Fontaine zijn kindertijd door. Tot 1676 bleef het pand in bezit van zijn familie, voordat financiële problemen de schrijver tot verkoop dwongen. Vandaag creëren de historische ruimtes een nabijheid die geen leerboek kan overbrengen. Je staat niet zomaar ergens voor een biografie. Je staat op de plek waar die biografie begon.
Na de ingrijpende renovatie richt het museum zich bovendien sterker op gezinnen, nieuwsgierigen en bezoekers zonder literaire voorkennis. Heldere uitleg en een toegankelijke rondgang nemen elke mogelijke drempelvrees voor de Franse literatuurgeschiedenis weg. Niemand hoeft vooraf alle fabels te kennen.
Dat maakt het allemaal aangenaam ontspannen.
Buiten wacht ten slotte Château Thierry. De stad draagt haar band met La Fontaine met zichtbare trots en beschouwt het gerestaureerde geboortehuis als een belangrijk onderdeel van haar culturele erfgoed. Vanuit Parijs leent een bezoek zich uitstekend voor een dagtocht – met literatuur, geschiedenis en die bijzondere rust die historische huizen soms uitstralen.
Misschien ligt juist daarin de kracht van dit heropende museum. Het probeert niet een schrijver uit 1621 kunstmatig modern te laten lijken. In plaats daarvan toont het waarom hij nooit echt oud is geworden.
Want mensen veranderen hun kleding, hun techniek en hun gewoonten. Hun ijdelheden, verlangens en kleine listen hebben daarentegen blijkbaar een opmerkelijk lange horheidsdatum.
La Fontaine zou daar vermoedelijk een fabel over hebben geschreven.
En ergens daarin zou een dier zeker het laatste woord hebben.
M. Legrand