Parijs – 18.07.2026: Christopher Nolans “De Odyssee” is sinds 15 juli in de Franse bioscopen te zien. De regisseur wijdt zich daarmee aan Homers oerverhaal over thuiskomst, verleiding en verlies – niet als een academische plichtsoefening, maar als grootschalig filmwerk. Universal omschrijft de film als een mythisch actie-epos dat volledig is gerealiseerd met nieuwe IMAX-filmtechniek.
De bezetting laat zien hoe groots Nolan de reis van Odysseus opvat: Matt Damon speelt de centrale figuur, naast hem verschijnen Tom Holland, Anne Hathaway, Robert Pattinson, Lupita Nyong’o, Zendaya en Charlize Theron. Maar bij Nolan blijft de constructie vaak de eigenlijke ster. Tijd, herinnering, schuld en waarneming worden in zijn films niet uitgelegd zoals in een seminar; ze worden ruimtes waar het publiek zelf doorheen moet.
Juist daarin ligt het geheim van zijn opmerkelijk brede aantrekkingskracht. “Inception” maakte van een droomlabyrint een wereldwijd publieksucces, “Interstellar” verbond de melancholie van een vader-dochterverhaal met kosmische afstanden. Nolan vraagt aandacht, maar hij straft niemand af die zich ook gewoon door muziek, tempo en grootse beelden wil laten meevoeren. Denken en entertainment zijn bij hem geen rivaliserende afdelingen.
Daarbij heeft zijn signatuur iets ouderwets vastberadens. Nolan vertrouwt op de bioscoopzaal, de duisternis en de gezamenlijke concentratie. Zijn films willen niet terloops worden geconsumeerd. Dat verklaart ook zijn affiniteit met IMAX: het extra grote beeld is bij hem minder decoratie dan een uitnodiging om van perspectief te veranderen. Wie voor een enorm scherm zit, moet de wereld niet alleen zien, maar lichamelijk ervaren.
Na het succes van “Oppenheimer” is die houding nog duidelijker geworden. Het drama over de natuurkundige J. Robert Oppenheimer kreeg in 2024 zeven Oscars, waaronder de onderscheidingen voor beste film en beste regie. Nolan bewees daarmee dat een historisch onderwerp dat morele ongemakken niet gladstrijkt, een groot publiek kan bereiken. Zijn cinema zoekt de wrijving, zonder de meeslependheid van het verhaal op te geven.
“De Odyssee” brengt deze methode nu naar misschien wel haar natuurlijkste plek. Homers epos is sowieso een verhaal vol beelden, omwegen en beproevingen van identiteit: een man op zee, een familie die wacht, goden als onberekenbare machten. Nolan hoeft het materiaal niet kunstmatig te moderniseren; zijn vertrouwde thema’s wonen er al in. De thuiskomst zal bij hem vermoedelijk minder als een gelukkig einde dan als een beproeving van de mens verschijnen.
Of de nieuwe film kan aansluiten bij eerdere kassuccessen, valt op de tweede bioscoopdag uiteraard nog niet serieus te beoordelen. Zeker is echter: Nolan biedt het publiek opnieuw een werk dat grootsheid niet met leegte verwart. Zijn bijzondere recept bestaat uit precieze planning en gecontroleerd risico – en uit het zeldzame vertrouwen dat kijkers graag een moeilijk verhaal volgen, als het maar met volle filmische kracht wordt verteld.