Terug

Nachrichten.fr · June 2, 2026

Commentaar: De nieuwe kolonie heet glasvezel

Frankrijk viert zichzelf. Weer eens. President Emmanuel Macron presenteert miljardeninvesteringen in kunstmatige intelligentie als een triomf van nationale soevereiniteit. De republiek, zo is de boodschap, marcheert naar de top van de digitale toekomst. De camera’s klikken, de pers applaudisseert, de investeerders glimlachen. Vive la France.

Maar achter de recordbedragen schuilt een ongemakkelijke vraag: van wie is deze toekomst eigenlijk?

Frankrijk levert de stroom. Frankrijk levert het grondgebied. Frankrijk verleent de vergunningen. Kortom: Frankrijk levert de bodem waarop anderen hun digitale heerschappij bouwen. De miljarden komen vaak uit de Verenigde Staten, Canada, Japan of de Emiraten. De cruciale chips komen van elders. De cloud is van anderen. De AI-modellen worden elders ontwikkeld. De waardeketen, de macht en de controle liggen buiten het bereik van Frankrijk.

Wat hier ontstaat, doet minder denken aan een doorbraak naar technologische soevereiniteit dan aan een moderne vorm van economische pacht. Vroeger bevoerden koloniën grondstoffen voor vreemde rijken. Tegenwoordig leveren ze goedkope energie en rekenkracht voor wereldwijde techbedrijven.

Je zou het ook vriendelijker kunnen zeggen: Frankrijk wordt gastheer van de AI-revolutie. Maar gastheer zijn is de zaal gereedmaken terwijl anderen op het podium staan en de entreegeld innen.

Wat bijzonder opvalt is het politieke verhaal. Juist onder de vlag van „soevereiniteit” wordt een model verkocht dat centrale afhankelijkheden eerder verdiept dan vermindert. Het woord soevereiniteit lijkt inmiddels dezelfde ontwikkeling te hebben doorgemaakt als duurzaamheid of hervorming: het betekent vaak het tegenovergestelde van wat het oorspronkelijk bedoelde.

Natuurlijk heeft Europa investeringen nodig. Natuurlijk heeft Frankrijk datacenters nodig. Maar een natie wordt niet digitaal soeverein doordat vreemde bedrijven hun servers op het eigen grondgebied neerzetten. Soevereiniteit ontstaat waar technologieën worden ontwikkeld, gecontroleerd en strategisch aangestuurd.

De cruciale vraag is dus niet hoeveel miljarden naar Frankrijk vloeien. De cruciale vraag is: wie schrijft morgen de regels? Wie bezit de algoritmen? Wie controleert de infrastructuur? En wie incasseert uiteindelijk de winst?

Als Frankrijk hier geen eigen antwoord op vindt, kan de grote AI-droom een dure illusie blijken te zijn. Dan zou de republiek weliswaar de locatie zijn van een digitale revolutie – maar niet de meester ervan, slechts de stroomleverancier.

Een commentaar van Andreas M. Brucker