61 procent.
Je moet dat cijfer echt even laten bezinken. Of misschien toch maar niet. Wie weet of er überhaupt nog genoeg water uit de kraan komt.
Terwijl burgers in de Pyrénées-Orientales leren hoe ze minder kunnen douchen, minder kunnen sproeien, minder kunnen verbruiken en bij voorkeur ook minder kunnen ademen, verdwijnt meer dan de helft van het kostbare drinkwater zomaar in de grond. Gewoon zo. Dag na dag. Jaar na jaar.
Maar geen zorgen: de burgers worden vanzelfsprekend gewoon doorgelicht over hun waterverbruik.
Wie zijn gazon besproeit, wordt bijna als een milieudelinquent beschouwd. Wie het zwembad vult, wordt kritisch bekeken. Boeren vechten voor hun bestaan, gezinnen tellen elke druppel – en tegelijkertijd kijkt men toe hoe miljoenen liters onderweg naar de kraan verdwijnen.
Dat is geen ongeluk meer.
Dat is georganiseerde onverschilligheid.
Je vraagt je af hoeveel crisissessies, werkgroepen, expertmeetings en glansrijke brochures er nodig zijn om vast te stellen dat waterleidingen uit de vorige eeuw op een gegeven moment vervangen moeten worden. Blijkbaar ontzettend veel. Want terwijl de infrastructuur langzaam verloopt, blijven de uitgaven elders vrolijk doorspruiten.
De ironie had niet groter kunnen zijn.
De staat verklaart aan de mensen dat water een strategische hulpbron van het hoogste belang is. Tegelijkertijd laat zij toe dat deze bron door lekke leidingen in de grond verdwijnt. Dat doet denken aan een brandweerman die tegenover een brandend huis staat en de bewoners aanraadt minder kaarsen te gebruiken.
Natuurlijk is het herstel duur. Dat hoor je meteen. Voor niets is er geld. Niet voor verouderde leidingen. Niet voor langdurige voorzorg. Blijkbaar ook niet voor de fundamentele taak om de bevoorrading van de bevolking te waarborgen.
Maar als het gaat om nieuwe programma’s, extra administraties of het produceren van nog meer formulieren, gaat de geldkraan vaak opvallend gemakkelijk open.
Voor water echter niet.
Het meest bitter is de boodschap die achter deze situatie schuilgaat. Burgers wordt verteld dat ze hun levensstijl moeten veranderen, moeten inleveren en verantwoordelijkheid moeten nemen. Tegelijkertijd neemt niemand verantwoordelijkheid voor een netwerk dat al decennia verrot.
Dat wekt een indruk die gevaarlijker is dan elke droogte: het gevoel dat van mensen steeds meer gevraagd wordt, terwijl degenen die verantwoordelijk zijn voor de infrastructuur steeds minder leveren.
Water is geen luxeproduct. Geen recreatief artikel. Geen politiek speeltje.
Water is de basis van het leven.
Wanneer een staat er niet eens in slaagt deze basis te beschermen, terwijl hij zijn burgers aanspoort te besparen, dan gaat er iets enorm mis.
En misschien is dat wel de echte ramp van dit verhaal: niet het 61 procent waterverlies.
Maar het feit dat blijkbaar vrijwel niemand zich daar nog over verbaast.
Door C. Hatty