Het filmfestival van Cannes houdt van zijn grote podium. Gouden palmen, flitsende camera’s, op maat gemaakte smokings en jurken die meer kosten dan een kleine auto — jaar na jaar presenteert de Croisette zich als het centrum van de internationale filmwereld. Maar achter al die glamour schuilt een systeem dat streng controleert wie erbij hoort. En wie niet (meer).
Cannes viert sterren. Maar Cannes kan ze ook laten vallen als een hete aardappel.
Dit werd vooral duidelijk bij de Deense regisseur Lars von Trier. In 2011 veroorzaakte hij tijdens de persconferentie over Melancholia een mediastorm met bizarre en provocerende uitspraken over Hitler en het nationaalsocialisme. De festivalleiding reageerde streng. Von Trier werd tot „persona non grata“ verklaard — een historische stap. Zijn film bleef toch in de competitie. Hierin zit een principe dat Cannes tot op de dag van vandaag volgt: de persoon verdwijnt uit de schijnwerpers, het werk blijft vaak onaangetast.
Een balanceeract tussen artistieke vrijheid en imagozorg.
Ook tegenwoordig werkt het festival met soortgelijke methoden, alleen veel stiller. Helemaal stil zelfs. Niemand hoeft meer publiekelijk verbannen te worden. Het volstaat een uitnodiging in te trekken, een accreditatiebadge te blokkeren of de toegang tot de rode loper te weigeren. Bam — plots is iemand gewoon niet meer welkom.
Voor acteurs, influencers of producenten kan dat maatschappelijk een doodsteek betekenen.
In 2025 overkwam dit de Franse acteur Théo Navarro-Mussy. Tegen hem waren beschuldigingen van geweld door meerdere voormalige partners. Hoewel de film met hem officieel uitgenodigd bleef, mocht hij niet over de rode loper lopen. Cannes maakte dus opnieuw onderscheid tussen film en persoon. Koel berekend. Bijna chirurgisch.
De Croisette functioneert daarbij als een uurwerk van prestige, diplomatie en controle. Elke beweging op de rode loper lijkt gechoreografeerd. Selfies? Officieel ongewenst. Smartphones tijdens bepaalde vertoningen? Kunnen leiden tot onmiddellijke uitsluiting. Zelfs kleding zorgt regelmatig voor discussies. Wie te provocerend opvalt of de strenge codes negeert, stuit snel op de onzichtbare grenzen van het festival.
En die grenzen bestaan echt.
Je merkt het: Cannes ziet zichzelf allang niet meer alleen als een cultureel evenement. Het festival is meer een wereldmerk dat zijn beeld met ijzeren hand beschermt. Geen enkel schandaal mag uit de hand lopen. Zeker niet in tijden van sociale media, waarin één virale gebeurtenis wereldwijd voor krantenkoppen kan zorgen.
Toch was Cannes altijd al politiek.
In 1968 bijvoorbeeld lag het festival midden in de sociale onrust in Frankrijk praktisch plat. Regisseurs als François Truffaut en Jean-Luc Godard protesteerden tegen de toenmalige omstandigheden. Films verdwenen uit de competitie, vertoningen werden afgebroken, de sfeer sloeg volledig om. Een regelrechte filmbeben.
Ook tijdens de Koude Oorlog kwam Cannes geregeld tussen de fronten te staan. Sommige films werden gezien als te antikolonialistisch, anderen als diplomatiek gevoelig. Achter de schermen oefenden staten druk uit. Kunst en politiek — in Cannes liepen die altijd al hand in hand, soms behoorlijk gespannen.
Vandaag laaien conflicten op rond andere thema’s. Debatten over seksueel geweld, politieke standpunten of het Midden-Oostenconflict zorgen regelmatig voor spanningen. Achter de schermen wordt al gesproken over informele zwarte lijsten. Klinkt als Hollywood in de jaren vijftig — maar is ineens weer schrijnend actueel.
Het fascinerende aan Cannes zit precies in die tegenstelling.
Het festival verkoopt het idee van grenzeloze artistieke vrijheid. Tegelijk is het een van de strengst gereguleerde plaatsen in de culturele wereld. Glamour en controle dansen daar nauw omarmd over de rode loper.
En misschien maakt juist dat de mythe Cannes tot op heden zo onweerstaanbaar.
Auteur: C.H.