Terug

Nachrichten.fr · June 3, 2026

De generaal die van iedereen is

Charles de Gaulle als de laatste gemeenschappelijke mythe van de Franse politiek

Er zijn maar weinig historische figuren die het kunststuk flikken om door vrijwel alle politieke kampen tegelijk te worden geclaimd. In Frankrijk is Charles de Gaulle zo’n uitzondering. Meer dan vijf decennia na zijn overlijden vormt de grondlegger van de Vijfde Republiek nog steeds de politieke verbeelding van het land. Daarbij is de generaal allang niet meer alleen een historische persoonlijkheid. Hij is een nationale code geworden, een symbool dat elke politicus met eigen betekenissen kan invullen.

De politieke rechterzijde ziet in hem de verdediger van de natie, de bewaker van staatsautoriteit en de architect van een sterk Frankrijk. Het politieke midden erkent in hem de staatsman die leiderschap met democratische legitimiteit verbond en Frankrijk een autonome rol tussen de machtsblokken verzekerde. Zelfs delen van links vinden aanknopingspunten: de rebel van 18 juni 1940 die de nederlaag weigerde en op stond tegen de stroom van de geschiedenis.

Deze opmerkelijke veelduidigheid verklaart waarom politici met totaal verschillende programma’s zich vandaag de dag op de Gaulle kunnen beroepen. Emmanuel Macron beschouwt diens idee van een soevereine Europese macht en diens begrip van strategische onafhankelijkheid. Marine Le Pen wijst op het voorrang van nationale belangen en het belang van staatssoevereiniteit. Jean-Luc Mélenchon daarentegen ziet in de generaal de man van de historische breuk, ook al bekritiseert hij diens institutionele nalatenschap scherp.

De mythe overleeft de ideologie

Juist deze universele claim roept echter een cruciale vraag op: wat betekent “gaullistisch” in het jaar 2026 eigenlijk nog?

Het antwoord wordt steeds moeilijker. Het klassieke gaullisme ontstond in een heel specifieke historische context. Het werd gevormd door de ervaringen van de Tweede Wereldoorlog, de dekolonisatie, de Koude Oorlog en de politieke instabiliteit van de Vierde Republiek. De Gaulle ontwikkelde hieruit een politieke filosofie die nationale onafhankelijkheid, staatskracht en democratische legitimiteit met elkaar verbond.

Van deze ideologische kern is vandaag de dag nog maar weinig over. Wat is gebleven, zijn enkele fragmenten. De een beroept zich op zijn idee van nationale soevereiniteit, de ander op zijn Europese visie, weer een ander op zijn leiderschapsstijl of zijn rol als crisismanager. Uit een politieke doctrine is een symbolische gereedschapskist geworden.

Het paradoxale gevolg: hoe vaker politici zich op de Gaulle beroepen, hoe minder bindend zijn politieke nalatenschap wordt.

Macron en het verlangen naar grootsheid

Dit fenomeen wordt vooral zichtbaar bij Emmanuel Macron. Nauwelijks een president uit de afgelopen decennia heeft zich zo intensief gesteund op de symboliek van de Vijfde Republiek. Macron profileert zich als staatshoofd boven de partijen, als belichaming van nationale daadkracht en als architect van Europese soevereiniteit.

De parallellen met de Gaulle zijn duidelijk en allerminst toevallig. Toch blijven ze beperkt. De generaal ontving zijn legitimiteit uit oorlog, verzet en nationale crisis. Macron dankt zijn opkomst aan instituties, elitenetwerken en de mechanismen van de moderne democratie.

Vooral ontbreekt hem die historische afstandelijkheid die de Gaulle kenmerkte. Terwijl de generaal vaak boven de dagelijkse conflicten leek te staan, lijkt Macron niet zelden de meest actieve deelnemer aan die conflicten. Waar de Gaulle een monument was, verschijnt Macron als een permanente manager.

Een spiegel van het hedendaagse Frankrijk

De aanhoudende fascinatie voor de Gaulle zegt uiteindelijk minder over de generaal zelf dan over het huidige Frankrijk.

De Franse samenleving bevindt zich in een spanningsveld tussen de wens naar sterk leiderschap en het wantrouwen tegenover macht. Ze eist nationale soevereiniteit, maar leeft tegelijkertijd in een wereld van nauwe Europese en mondiale verwevenheid. Ze verlangt naar richting, terwijl politieke en maatschappelijke versnippering toeneemt.

In deze situatie biedt de Gaulle iets dat weinige andere staatslieden belichamen: historische helderheid. Hij verschijnt als een figuur die beslissingen nam, verantwoordelijkheid droeg en een visie had op wat Frankrijk moest zijn.

Juist daarom is hij zo geschikt als projectievlak. Elke politicus kan in hem die eigenschappen ontdekken die in het eigen verhaal passen. De nationalist vindt de patriot. De Europeaan vindt de strateeg. De hervormer vindt de man van de breuk. De conservatief vindt de verdediger van de staatsorde.

Misschien is Charles de Gaulle daarom de laatste werkelijk gemeenschappelijke mythe van de Franse politiek geworden. In een land dat over bijna alles debatteert, bestaat nog steeds overeenstemming dat de generaal tot de grondleggers van de moderne natie behoort.

Ironisch genoeg kunnen bijna allen zich op hem beroepen – en hij zou zich vermoedelijk met beleefde vastberadenheid distantiëren van de meeste van zijn huidige erfgenamen.

Andreas M. Brucker