De Straat van Hormuz wordt al decennialang gezien als een zenuwcentrum van de wereldeconomie. Bijna dagelijks passeren olietankers en vloeibaar gas de smalle zeestraat tussen Iran en Oman. Minder bekend is echter het centrale belang ervan voor de mondiale landbouw. Sinds de Iraanse blokkade, als gevolg van het escalerende Midden-Oostenconflict, komen niet alleen energiemarkten onder druk te staan, maar ook de toevoer van kunstmest – met potentieel dramatische gevolgen voor miljarden mensen.
Internationale organisaties waarschuwen inmiddels voor een ontwikkeling die veel verder kan gaan dan alleen stijgende landbouwprijzen. De moderne landbouw is in sterke mate afhankelijk van stikstof-, fosfaat- en kaliumhoudende meststoffen. Valt een aanzienlijk deel van deze leveringsketens weg, dan dreigen dalende opbrengsten van basisvoedingsmiddelen zoals rijst, tarwe of maïs – vooral in al fragiele regio’s in Afrika en Azië.
De Golf als centrum van de wereldwijde kunstmestindustrie
De landen aan de Perzische Golf behoren tot de belangrijkste producenten van stikstofhoudende kunstmeststoffen wereldwijd. Qatar, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Iran beschikken over grote gasreserves, die als centrale grondstof dienen voor de productie van ammoniak en ureum. Vooral ureum is de meest gebruikte stikstofmeststof ter wereld.
Volgens schattingen komt ongeveer een derde van de mondiale zeehandel in kunstmest uit deze regio. Het aandeel bij de export van ureum is bijzonder aanzienlijk en ligt tussen de 30 en 35 procent. Ook de ammoniakhandel speelt zich voor een groot deel rond de Golf af.
Door de maandenlange blokkade van de Straat van Hormuz wordt deze infrastructuur nu ernstig verstoord. Talrijke vrachtschepen zitten vast of vermijden de regio uit veiligheidsoverwegingen. Tegelijkertijd zijn productielocaties beschadigd door luchtaanvallen. Vooral de Qatarese industriële faciliteit Ras Laffan wordt als zwaar getroffen beschouwd.
Verschillende landen in de regio hebben hun productie teruggeschroefd of tijdelijk stilgelegd. Hierdoor vervalt niet alleen exportcapaciteit, maar ontbreken ook belangrijke grondstoffen voor andere kunstmestproducenten op de wereldmarkt.
Waarom kunstmest geen strategische reserves heeft
In tegenstelling tot olie bestaan er nauwelijks gecoördineerde internationale noodvoorraden voor kunstmest. De wereldwijde landbouw werkt met strakke tijdschema’s: zaaien en bemesten laten zich maar beperkt uitstellen. Komt kunstmest te laat, dan dalen de oogsten vaak onherstelbaar.
Bovendien is de productie energie-intensief. Aardgas dient niet alleen als energiebron, maar ook als chemische grondstof bij de synthese van ammoniak. Stijgende gasprijzen raken dan ook direct de gehele leveringsketen.
De situatie doet deels denken aan de voedselcrisissen van 2007/08 en de verstoringen na de Russische aanval op Oekraïne in 2022. Ook toen stegen de kunstmestprijzen binnen enkele maanden sterk. Veel ontwikkelingslanden moesten subsidies uitbreiden of hun import beperken.
Vandaag is de situatie in sommige regio’s nog nijpender. Veel landen kampen met een hoge staatsschuld, zwakke valuta’s en beperkte fiscale speelruimte. Tegelijkertijd groeit de bevolking snel door.
Afrika bijzonder kwetsbaar
De crisis kan talloze Afrikaanse landen het hardst treffen. Veel landen ten zuiden van de Sahara importeren een aanzienlijk deel van hun kunstmest uit de Golfstaten. Vooral Soedan, Tanzania, Somalië, Kenia en Mozambique worden zwaar getroffen.
Het structurele probleem ligt in de organisatie van de landbouw zelf. Grote delen van de Afrikaanse agrarische productie berusten op kleinschalige boerenbedrijven met minimale reserves. Stijgende kosten voor productiemiddelen zijn daar nauwelijks op te vangen.
Al matige prijsstijgingen zorgen ervoor dat boeren minder kunstmest gebruiken. Op korte termijn verlaagt dit weliswaar de productiekosten, maar op de lange termijn dalen de opbrengsten soms fors. Vooral de productie van maïs en granen reageert gevoelig op stikstoftekorten.
Voor landen als Malawi is de situatie extra kritisch. Daar hangt de landbouw vrijwel volledig af van geïmporteerde kunstmest. Tegelijkertijd is landbouw de belangrijkste economische sector en de basis voor voedselzekerheid.
De Verenigde Naties waarschuwen daarom voor een mogelijke uitbreiding van hongersnoden. Miljoenen extra mensen zouden in acute voedselonzekerheid kunnen belanden.
Risico voor Azië: hoge bevolkingsdichtheid en intensieve landbouw
De situatie in Azië is nog complexer. Landen als India, Pakistan, Bangladesh en Sri Lanka behoren tot de grootste verbruikers van kunstmest ter wereld. De landbouw daar is zeer intensief en afhankelijk van regelmatige stikstoftoevoer.
Met name de rijstproductie vereist grote hoeveelheden ureum. Vertragingen of prijsstijgingen hebben daardoor directe gevolgen voor opbrengsten en voedselprijzen.
India probeert al decennia via miljardenprogramma’s subsidies stabiele prijzen voor boeren te garanderen. Maar zelf New Delhi raakt inmiddels aan de fiscale grenzen. De regering van Narendra Modi zet daarom steeds meer in op efficiënter mestgebruik en alternatieve teeltmethoden.
Pakistan kampt daarnaast met energieproblemen. Daar moesten meerdere kunstmestfabrieken de productie terugschroeven wegens beperkte gasvoorziening.
Voor dichtbevolkte Aziatische landen is het gevaar extra groot omdat rijst, tarwe en maïs de centrale basis van de voedselvoorziening vormen. Zelfs kleine productieverliezen kunnen leiden tot aanzienlijke sociale en politieke spanningen.
Brazilië en de wereldwijde agrarische markten
Ook Latijns-Amerika ontsnapt niet aan de crisis. Brazilië, een van de belangrijkste exporteurs van soja, suiker en maïs, importeert circa een vijfde van zijn kunstmest uit de Golfregio.
De betekenis van Brazilië reikt ver voorbij de eigen voedselvoorziening. Het land is een centrale leverancier van diervoeder en agrarische grondstoffen wereldwijd. Dalende Braziliaanse oogsten zouden daardoor de wereldwijde prijsstijgingen verder versterken.
De internationale kunstmestprijzen stijgen nu al aanzienlijk. Deskundigen verwachten dat de prijzen in de lopende zes maanden tussen de 15 en 20 procent hoger zullen liggen dan vorig jaar. Daarbij komen stijgende transport- en energiekosten.
Probleem is ook de dynamiek op de markten: veel importeurs hebben bestellingen uitgesteld in de hoop op ontspanning. Lopen nu paniekaankopen op, dan dreigen verdere prijsstijgingen.
Meer dan alleen een kunstmestcrisis
De huidige ontwikkelingen laten zien hoe nauw energie-, veiligheids- en voedselbeleid met elkaar verweven zijn. Landbouw hangt niet alleen af van meststoffen, maar ook van functionerende transportwegen, brandstofvoorziening en stabiele grondstoffenmarkten.
Daarbij komt nog een extra onzekerheid: meteorologen volgen met zorg de mogelijke terugkeer van een sterke El Niño aan het einde van het jaar. In voorgaande jaren leidde El Niño tot droogtes, oogstverliezen en extreme weersomstandigheden in tal van agrarische regio’s.
Als klimatologische belastingen en geopolitieke crises samenkomen, ontstaan kettingreacties met wereldwijde impact. Vooral fragiele staten beschikken nauwelijks over mogelijkheden om zulke schokken op te vangen.
Zelfs als de blokkade van de Straat van Hormuz op korte termijn zou worden opgeheven, blijven de gevolgen nog maanden merkbaar. Productieverliezen zijn niet direct in te halen. Ook ontbreken er wereldwijd voldoende transportcapaciteiten om achterstanden snel weg te werken.
De huidige crisis maakt daarmee ook een structurele zwakte van de geglobaliseerde landbouw duidelijk: de voeding van miljarden mensen hangt af van enkele geopolitieke knooppunten. Wordt een daarvan ontwricht, dan wankelen complete voedselsystemen.