Meer dan twee decennia na het verdwijnen van de kleine Jonathan rolt Frankrijk een van de meest aangrijpende strafzaken uit de vroege jaren 2000 opnieuw op. Voor de assisenrechtbank in Nantes is nu het proces begonnen tegen de Duitser Martin Ney – een naam die in Duitsland allang verbonden is met een reeks gruwelijke misdrijven. Voor Jonathans familie betekent dit proces geen punt achter de zaak. Eerder een laatste poging om eindelijk antwoorden te vinden.
Jonathan was pas tien jaar oud toen hij in de nacht van 6 op 7 april 2004 verdween. De jongen deed destijds met zijn schoolklas uit het departement Cher mee aan een schoolreis naar Saint-Brevin-les-Pins aan de Franse Atlantische kust. ’s Ochtends was er geen spoor van hem. Leraren, politie, vrijwillige helpers – iedereen zocht koortsachtig. Frankrijk volgde de zaak met ingehouden adem.
Weken later volgde dan de gruwelijke vondst.
Jonathans lichaam werd in een vijver nabij Guérande gevonden. Verzwaard met een betonblok, vastgebonden, verborgen als een duister geheim. Veel onderzoekers spreken tot op de dag van vandaag van een van die zaken die je nooit echt vergeet. Te ontregelend de details. Te jong het slachtoffer.
Centrieel in het huidige proces staat Martin Ney, tegenwoordig 55 jaar oud. In Duitsland zit hij al een levenslange gevangenisstraf uit wegens de moord op drie jongens tussen 1992 en 2001. Daar komen talrijke seksuele aanrandingen van minderjarigen bij. De Duitse pers gaf hem destijds een naam die klinkt als uit een nachtmerrie: „De zwarte man”.
Al vroeg merkten Duitse onderzoekers overeenkomsten tussen de bekende daden van Ney en de zaak Jonathan Coulom. Maar lang ontbrak direct bewijs. Juist dat maakt dit proces zo uitzonderlijk – en juridisch gevoelig.
Want Martin Ney ontkent tot op de dag van vandaag elke betrokkenheid.
De Franse aanklacht steunt vooral op aanwijzingen. Vooral raadselachtig is een internetbijdrage uit 2004, waarin details over de moord werden genoemd voordat Jonathans lichaam überhaupt was gevonden. Daarnaast zijn er verklaringen van getuigen die Ney destijds mogelijk in de regio hebben zien rondlopen. Ook een voormalige medegevangene belast hem zwaar. Hij beweert dat Ney hem de daad in de gevangenis heeft opgebiecht.
Of dat voldoende is voor een veroordeling, blijft onduidelijk.
Het proces zal vermoedelijk emotioneel beladen verlopen. Ruim drie weken lang zullen deskundigen, onderzoekers en getuigen uit Frankrijk en Duitsland getuigen. Veel betrokkenen volgen de zaak al tientallen jaren. Sommige onderzoekers zijn inmiddels met pensioen, anderen herinneren zich nog precies de zoekacties van die kille lentedagen in 2004. Dergelijke procedures dragen vaak iets spookachtigs in zich – alsof het verleden plotseling weer de kamer binnenstapt.
Tegelijkertijd laat de zaak zien hoe sterk zogenaamde “cold cases” zijn veranderd. Vroeger concentreerden onderzoeken zich meestal op regionale sporen en lokale verdachten. Pas de intensievere samenwerking van Europese autoriteiten bracht beweging in de zaak Jonathan Coulom. Grensoverschrijdende onderzoeken, nieuwe verklaringen en digitale sporen richtten de aandacht steeds meer op Martin Ney.
Voor de familie van de jongen telt uiteindelijk vooral één ding: zekerheid. Na 22 jaar vol twijfel, hoop en tegenslagen staat nu de vraag in de ruimte of de rechtbank eindelijk kan vaststellen wat er toen echt is gebeurd.
En of een zo lang verborgen misdrijf juridisch nog kan worden uitgewerkt – of dat sommige schaduwen voor altijd blijven.
Door C. Hatty