Gezien de aanhoudende spanningen in het Midden-Oosten en de sterk gestegen energieprijzen verscherpt de Franse regering haar economisch beleid inzake beschermingsmaatregelen. Premierminister Sébastien Lecornu kondigde in Parijs een nieuw steunpakket aan, dat vooral die beroepsgroepen moet ontlasten die bijzonder zwaar getroffen zijn door de hoge brandstofprijzen. De regering reageert hiermee op de groeiende vrees voor een langdurige energiecrisis als gevolg van de instabiliteit rond de Straat van Hormuz.
Centraal in de nieuwe strategie staat gerichte ondersteuning van afzonderlijke sectoren in plaats van een breed verlaagde brandstofprijs. Parijs heeft bewust gekozen tegen een algemene subsidiëring aan de pomp. Volgens de regering zouden omvangrijke belastingverlagingen financieel nauwelijks haalbaar zijn gezien de gespannen begrotingssituatie. Frankrijk zoekt momenteel sowieso naar extra miljardenbedragen om de staatsfinanciën te consolideren.
Financieel minister David Amiel schatte het totale volume van de nieuwe maatregelen op ongeveer 1,2 miljard euro. Hiervan is ongeveer 710 miljoen euro bestemd voor extra steun. Vooral vrachtwagenchauffeurs, transportbedrijven, landbouwers, vissers, ambachtsbedrijven in de bouwsector en energieafhankelijke kleine en middelgrote ondernemingen moeten hiervan profiteren.
Een van de kernmaatregelen betreft de zogenaamde „Prime carburant“, een belasting- en heffingsvrije brandstofpremie van werkgevers. Het plafond wordt verhoogd van 300 naar 600 euro. De regering hoopt hiermee met name forenzen en werknemers in landelijke gebieden te ontlasten, waar de auto vaak onmisbaar blijft.
Daarnaast zet Parijs sterker in op de versnelde overstap naar alternatieve aandrijvingen. Taxichauffeurs krijgen voortaan betere overheidssteun bij de aankoop of lease van elektrische voertuigen. Dit past ook in het langetermijndoel om de structurele afhankelijkheid van Frankrijk van geïmporteerde fossiele energie terug te dringen.
De maatregelen weerspiegelen niet alleen economische overwegingen, maar ook aanzienlijke politieke nervositeit. Binnen regeringskringen groeit de vrees dat de geopolitieke crisis in het Midden-Oosten zich over maanden kan uitstrekken. Al nu zorgen verstoringen in het scheepvaartverkeer rond de Straat van Hormuz voor sterke schommelingen op de internationale energiemarkten. Een aanzienlijk deel van de wereldwijd verhandelde ruwe olie passeert deze strategisch belangrijke zeestraat.
Hoewel Frankrijk dankzij zijn uitgebreide kernenergie-sector minder afhankelijk is van gasimporten dan andere Europese landen, blijft de economie in de transport- en industriesector sterk kwetsbaar voor stijgende olieprijzen. Vooral de transportsector lijdt onder de hoge energiekosten, die steeds meer invloed hebben op toeleveringsketens en consumentenprijzen.
Daarbij komt nog een binnenlandse factor die in Parijs nog altijd speelt: de herinnering aan de protestbeweging van de „Gilets jaunes“. De massale demonstraties tegen stijgende brandstofprijzen schudde de Franse politiek vanaf 2018 diep. De regering probeert nu zichtbaar een vergelijkbare sociale escalatie te voorkomen — maar dan zonder de toch al hoge staatsschuld enorm te laten toenemen.
P.T.