Frankrijk heeft de afgelopen jaren geleerd om op diverse vormen van extremisme te reageren. Het islamitisch terrorisme blijft de grootste veiligheidspolitieke bedreiging, rechtsextremistische netwerken worden intensief gecontroleerd, en ook linksextremistisch geweld staat in het vizier van de autoriteiten. Nu komt een andere vorm van radicalisering in beeld: het zogenaamde masculinistische extremisme.
Het gaat nog om een relatief klein fenomeen. Maar de eerste behandeling van een vermoedelijk geïnspireerd door de zogenaamde Incel-ideologie geplande aanslag door de Franse antiterreurrechtspraak markeert een keerpunt. De vraag is niet langer of deze vorm van radicalisering bestaat, maar hoe serieus ze genomen moet worden.
De term “Incel” staat voor “involuntary celibate”, oftewel onvrijwillig onthoudende mannen. In de digitale echokamers van deze beweging vermengen persoonlijke frustraties zich met ideologische verklaringspatronen. Vrouwen worden aangeklaagd als schuldigen, maatschappelijke ontwikkelingen worden geïnterpreteerd als een aanval op de mannelijke identiteit. Uit individuele teleurstelling ontstaat een gepolitiseerd wereldbeeld dat in zijn radicaalste uitingen geweld legitimeert.
De mechanismen zijn bekend. Net als bij andere extremistische bewegingen verloopt de radicalisering vaak online. Digitale gemeenschappen versterken wederzijds ressentimenten, creëren een gevoel van collectief slachtofferschap en bevorderen een toenemende vervreemding van maatschappelijke instituties. Het geweld wordt vaak geromantiseerd, eerdere aanslagplegers worden tot symbolische figuren verheven.
Toch zou het een fout zijn om elke vorm van antifeministische of vrouwenvijandige uitlating automatisch als terroristische dreiging te classificeren. Niet elke radicale mening leidt tot geweld. De veiligheidsdiensten staan voor de uitdaging om te onderscheiden tussen maatschappelijk problematische houdingen en daadwerkelijke terroristische dreigingen.
Juist daarom is nuchterheid vereist. De geschiedenis van terrorismebestrijding toont aan dat nieuwe gevaren vaak aanvankelijk worden onderschat. Tegelijk bestaat het risico van een overreactie. Een verhitte publieke discussie kan ertoe leiden dat een kwantitatief beperkt fenomeen groter lijkt dan het werkelijk is.
Bijzondere aandacht verdient het feit dat veel van de betrokken personen zeer jong zijn. Jongeren en jonge volwassenen bewegen zich vaak in digitale omgevingen waarin algoritmen extreme inhoud kunnen bevorderen en sociale isolatie kunnen versterken. Het bestrijden van deze ontwikkeling wordt daarom niet alleen de taak van politie en geheime diensten zijn. Scholen, gezinnen, maatschappelijk werk en digitale platforms dragen eveneens verantwoordelijkheid.
Frankrijk staat daarmee voor een uitdaging die veel verder gaat dan de klassieke terrorismebestrijding. Het gaat om de vraag hoe open samenlevingen omgaan met nieuwe vormen van online radicalisering, voordat haat uitmondt in geweld.
De masculinistische scene vormt momenteel geen bedreiging van dezelfde omvang als het islamistisch terrorisme of georganiseerde rechtsextremistische netwerken. Toch zijn de eerste waarschuwingssignalen zichtbaar. Een weerbare democratie mag dit soort ontwikkelingen niet dramatiseren noch negeren. waakzaamheid zonder alarmisme blijft de juiste weg.
Auteur: P. Tiko