Wanneer de zon ondergaat, begint er momenteel een tweede stadleven in Rennes.
Terwijl de straten overdag in de hitte flikkeren en de gevels van de Bretonse hoofdstad zich als kookplaten met warmte opladen, trekken ‘s avonds honderden mensen naar de parken. Families spreiden dekens uit op de grasvelden, jongeren zitten lachend onder oude kastanjebomen, oudere bewoners genieten van elke koelere bries. Sommigen blijven tot ver na middernacht. Niet uit romantiek – maar omdat het in de appartementen nauwelijks nog uit te houden is.
Rennes ervaart ongewoon vroeg in het jaar temperaturen die normaal pas hoogzomer worden verwacht. Tot 36 graden overdag, tropische nachten waarbij de temperatuur nauwelijks daalt – zelfs voor veel Fransen voelt dat verontrustend aan. In Bretagne al helemaal. Daar werd hevig zweten vroeger vooral als een vakantieprobleem van het zuiden gezien.
Nu reageert de stad met een maatregel die eenvoudig klinkt, maar veel vertelt over de nieuwe realiteit: parken en openbare tuinen blijven ‘s nachts open.
De Parc du Thabor is bijzonder populair, normaalgesproken ‘s avonds gesloten. Nu zitten er mensen tot diep in de nacht op bankjes of direct in het gras. „Dat is koninklijk“, zegt een bezoeker over de geopende groene ruimtes. Anderen zeggen het nuchterder: „Hier is tenminste een beetje lucht.“
Daar draait het precies om.
Want moderne steden slaan warmte op als een spons water. Asfalt, beton en dicht bebouwde straten geven de warmte pas uren later weer af. Wie boven woont of onder het dak, kent het gevoel: de woning voelt ‘s nachts aan als een oven met een half open deur. Slapen? Vergeet het maar.
Vooral oudere mensen, kinderen, zwangeren en alleenstaanden raken bij zulke temperaturen snel aan hun fysieke grenzen. De autoriteiten zien het ‘s nachts openhouden van de parken daarom allang niet meer als een leuk zomeridee, maar als onderdeel van de gezondheidsbescherming.
Rennes staat met dit probleem niet alleen. In veel Franse steden verandert de klimaatverandering inmiddels het dagelijks leven. Openbare drinkwatertappunten, langere openingstijden van zwembaden, nevelinstallaties op pleinen of nieuwe schaduwconcepten horen op veel plaatsen al tot de standaarduitrusting van gemeenten tegen hittegolven. Dat klinkt technisch – maar heeft directe gevolgen voor het dagelijks leven van mensen.
En ineens lijken parken niet langer slechts mooie groene plekken tussen huizenblokken, maar vitale schuilplaatsen.
De stad breidt daarom haar netwerk van zogenaamde „frisse-eilanden“ verder uit. Dit zijn plekken waar bomen, waterpartijen en planten de omgevingstemperatuur merkbaar verlagen. Wie op warme avonden door Rennes loopt, merkt het verschil vaak al na een paar meter. Tussen de verhitste straatkloven voelt een schaduwrijk park bijna als een andere klimaatzone aan.
Enkele jaren geleden had bijna niemand geloofd dat mensen eind mei ‘s nachts in Bretonse parken beschutting zochten tegen de hitte. Vandaag is dat beeld ineens onderdeel van het dagelijks leven.
En eerlijk gezegd: dat maakt veel Fransen banger dan elke weer-app.
Door C. Hatty