Parijs – 15.07.2026: De Nationale Vergadering beslist deze woensdag in een plechtige eindstemming over het wetsvoorstel dat onder strikte voorwaarden een recht op hulp bij sterven moet creëren. Na meer dan twee jaar parlementaire beraadslagingen krijgt de eerste kamer het laatste woord, omdat afgevaardigden en senatoren geen overeenstemming konden bereiken over een gezamenlijke tekst.
Voor ernstig en ongeneeslijk zieke mensen die mogelijk onder de regeling vallen, is de stemming meer dan een institutionele procedure. In getuigenissen van betrokkenen staat niet de wens om te sterven centraal, maar de zeggenschap over een als ondraaglijk ervaren laatste levensfase. De voorziene mogelijkheid moet hun volgens deze zienswijze een optie bieden, maar geen verplichting scheppen.
De tekst richt zich op meerderjarige personen met een ernstige en ongeneeslijke ziekte waarvan de levensprognose is aangetast. Daarbovenop moet sprake zijn van lichamelijk of psychisch lijden dat niet anders behandelbaar wordt geacht, evenals van het vermogen om een vrije en geïnformeerde wil te uiten. De beslissing moet via een medische procedure worden getoetst; in beginsel is zelftoediening van de dodelijke stof voorzien.
Alleen wanneer de betrokkene daar lichamelijk niet toe in staat is, kan de toediening door een andere persoon plaatsvinden. De Nationale Vergadering heeft in haar meest recente lezing bovendien het eerste medische consult en de vereisten voor de wilsverklaring aangescherpt. Een onafhankelijke commissie moet de gevallen achteraf controleren. Daarmee probeert de wetgever zelfbeschikking en bescherming tegen druk of misbruik met elkaar te verbinden.
Het voorstel scheidt het politieke debat over hulp bij sterven van de gelijktijdig aangenomen hervorming van de palliatieve zorg. Die moet de toegang tot begeleiding en pijnbestrijding in het hele land verbeteren. Voorstanders benadrukken dat hoogwaardige palliatieve geneeskunde en de nieuwe uitzonderingsmogelijkheid geen tegenstellingen zijn. Critici stellen daarentegen dat een maatschappelijk gevoelige vrijgave niet mag plaatsvinden in een gezondheidszorgsysteem waarin de zorg aan het levenseinde regionaal nog steeds ongelijk is ontwikkeld.
De Senaat had de kern van het voorstel verworpen en streefde later niet naar verdere behandeling van de tekst. De parlementaire procedure mondt daarom op 15 juli uit in de definitieve beslissing van de Nationale Vergadering. Op 30 juni hadden de afgevaardigden het voorstel in een nieuwe lezing al met 295 tegen 232 stemmen aangenomen. De stemming van vandaag betreft de definitieve versie en mag niet worden gelijkgesteld met dat eerdere resultaat.
Zelfs bij aanneming zou het politieke en juridische geschil niet zijn afgerond. Senaatsvoorzitter Gérard Larcher heeft aangekondigd de Constitutionele Raad in te schakelen. Voor de direct betrokkenen blijft het debat echter concreet: het gaat om de vraag of het recht tot het levenseinde uitsluitend wordt bepaald door medische zorg en het geldende patiëntenrecht, of dat de wet onder duidelijk omschreven voorwaarden een aanvullende persoonlijke keuze toestaat.
Bronnen
- Assemblée nationale: Eindstemming over het wetsvoorstel inzake hulp bij sterven
- Sénat: Wetgevingsprocedure en inhoud van het voorstel
- Le Monde: Achtergrond bij de definitieve stemming op 15 juli 2026
- Franceinfo: Verslagen van mogelijk betrokken zieken
Dieser Artikel wurde mit Hilfe künstlicher Intelligenz erstellt.