In de Franse Nationale Vergadering zorgt een wetsvoorstel voor felle controverses. Terwijl de regering en conservatieve afgevaardigden de politie meer rechtszekerheid bij het optreden willen geven, waarschuwen mensenrechtenorganisaties, juristen en delen van de oppositie voor een ingrijpende verandering van rechtsstatelijke beginselen. Centraal in het debat staat de vraag of politieagenten en gendarmes voortaan kunnen profiteren van een wettelijke veronderstelling dat het gebruik van hun vuurwapen rechtmatig was.
Een nieuwe juridische benadering
Het door de conservatieve afgevaardigde Éric Pauget (Les Républicains) ingediende wetsvoorstel wordt op 7 juli in de Nationale Vergadering besproken. Oorspronkelijk voorzag het voorstel in een automatische veronderstelling van zelfverdediging wanneer politieagenten of gendarmes onder bepaalde inzetomstandigheden hun vuurwapen gebruikten.
Na meerdere wijzigingsvoorstellen, die door de regering werden ondersteund, werd de benadering echter afgezwakt. In plaats van een algemene veronderstelling van zelfverdediging zou voortaan een veronderstelling van rechtmatigheid van het vuurwapengebruik gelden. Daarmee zou niet automatisch worden vastgesteld dat er sprake was van zelfverdediging, maar er zou aanvankelijk van rechtmatigheid van het schot worden uitgegaan zolang een gerechtelijk onderzoek het tegendeel niet aantoont.
Juridisch is dit een belangrijke nuance. Terwijl tot nu toe elk dodelijk schot aan de bestaande wettelijke voorwaarden wordt getoetst, zou het nieuwe model het uitgangspunt van de onderzoeken veranderen.
Kritiek op een verschuiving van de bewijslast
Mensenrechtenorganisaties, rechterlijke verenigingen en ordeadvocaten zien hierin een ingrijpende aantasting van het tot nu toe geldende evenwicht van de Franse rechtsstaat. Volgens hen zou de geplande regeling de praktische bewijslast in het nadeel van mogelijke slachtoffers of hun nabestaanden verschuiven.
Tot nu toe moeten opsporingsinstanties vaststellen of aan alle voorwaarden voor een rechtmatig gebruik van geweld met vuurwapens was voldaan. Met de voorgenomen wettelijke veronderstelling zou daarentegen aanvankelijk van rechtmatigheid worden uitgegaan. Critici vrezen dat daardoor strafrechtelijk onderzoek bemoeilijkt wordt en dat mogelijk onrechtmatige inzet van vuurwapens minder vaak strafrechtelijke consequenties krijgt.
Bijzonder benadrukt wordt het grondrecht op leven, dat zowel door de Franse grondwet als door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt beschermd. Volgens tegenstanders van het wetsvoorstel moet elk dodelijk schot van staatsveiligheidsdiensten te allen tijde onderworpen blijven aan een onafhankelijke en bijzonder zorgvuldige beoordeling.
Breed verbond tegen de wet
Rond het wetsvoorstel heeft zich een ongewoon breed verbond gevormd. Tot de critici behoren internationale mensenrechtenorganisaties, juridische beroepsverenigingen en meerdere vakbonden binnen de rechtspraak.
Ook de Franse burgerrechtencommissaris (Défenseur des droits) heeft aanzienlijke bedenkingen geuit. In zijn advies wijst hij erop dat het gebruik van vuurwapens vandaag de dag al aan strenge wettelijke eisen is onderworpen. De principes van noodzakelijkheid en proportionaliteit zijn voldoende verankerd in het geldende recht. Een aanvullende wettelijke veronderstelling van rechtmatigheid zou dit zorgvuldig uitgewogen systeem kunnen aantasten.
Parallel aan het parlementaire debat ontstond binnen enkele dagen een onlinepetitie die meer dan 100.000 steunbetuigers verzamelde. De ondertekenaars roepen de afgevaardigden op het wetsvoorstel in het belang van de rechtsstaat te verwerpen.
Regering wijst op toegenomen geweld
Voorstanders van de hervorming voeren daarentegen aan dat de gevaren voor politieagenten en gendarmes zijn toegenomen. Frankrijk registreert al jaren een stijgend aantal gewelddadige aanvallen op hulpdiensten. Vooral inzetten tegen gewapende verdachten, drugscriminaliteit of gewelddadige rellen brengen de veiligheidsdiensten regelmatig in levensbedreigende situaties.
Naar de mening van de aanhangers leidt de huidige rechtspositie ertoe dat agenten vaak moeten vrezen na elk vuurwapengebruik langdurig strafrechtelijk onderzoek te ondergaan – zelfs wanneer zij ogenschijnlijk rechtmatig hebben gehandeld. De beoogde wettelijke veronderstelling zou daarom geen strafimpensatie moeten creëren, maar slechts meer rechtszekerheid bieden aan agenten die onder extreme tijdsdruk levensbelangrijke beslissingen moeten nemen.
Reeds nu gelden strenge wettelijke voorwaarden
Aan het debat wordt extra gewicht toegevoegd omdat Frankrijk het recht op het gebruik van vuurwapens al in 2017 fundamenteel heeft hervormd. Met artikel L.435-1 van het Franse veiligheidswetboek werden de bevoegdheden van politie en gendarmerie geharmoniseerd.
Volgens die bepalingen mogen vuurwapens alleen worden ingezet wanneer dit absoluut noodzakelijk en proportioneel is. De wet noemt meerdere strikt begrensde situaties, bijvoorbeeld ter onmiddellijke verdediging van personen, ter afwending van acuut gevaar of ter voorkoming van bijzonder zware misdrijven. Elk gebruik van vuurwapens valt in principe onder nadere gerechtelijke controle.
Critici van het nieuwe wetsvoorstel zien daarom geen noodzaak voor een aanvullende wettelijke veronderstelling. De bestaande voorschriften bieden al voldoende bescherming voor zowel politieagenten als de bevolking.
Een debat over de verhouding tussen veiligheid en rechtsstaat
De discussie reikt ver buiten juridisch detailvragen. Ze raakt een fundamenteel conflict in moderne democratieën: hoe ver mag de staat zijn veiligheidsdiensten juridisch afschermen zonder tegelijkertijd de controle op het gebruik van dodelijk geweld te verzwakken?
Terwijl conservatieve partijen en politievakbonden een sterkere bescherming van de inzetkrachten vragen, waarschuwen burgerrechtenorganisaties voor een precedent dat het vertrouwen in de onafhankelijkheid van strafrechtelijk onderzoek zou kunnen schaden.
Ongeacht de uitkomst van de parlementaire debatten laat de discussie zien hoe gevoelig de omgang met staatsgeweld in Frankrijk blijft. Sinds de terroristische aanslagen van de afgelopen jaren, de protesten van de gele hesjes-beweging en meerdere publiekelijk besproken politieoptredens staat het spanningsveld tussen binnenlandse veiligheid en individuele vrijheidsrechten regelmatig centraal in politieke strijd. De beslissing van de Nationale Vergadering zal daarom naar verwachting veel verder reiken dan de concrete wettekst en signalen geven over het zelfbeeld van de Franse rechtsstaat.
Auteur: P. Tiko