Bijna tien jaar na de crash van EgyptAir-vlucht MS804 lijkt het Franse gerecht een eindstreep te zetten. Het Parijse parket pleit volgens Franse media voor een zogenoemd non-lieu – dus de afsluiting van de procedure zonder strafproces. Voor de nabestaanden van de 66 slachtoffers voelt deze wending aan als een klap in de maag.
De Airbus A320 stortte op 19 mei 2016 boven de Middellandse Zee neer tijdens de vlucht van Parijs naar Caïro. Niemand overleefde. Onder de slachtoffers waren ook 15 Franse staatsburgers. Sindsdien houdt de zaak niet alleen luchtvaartexperts en onderzoekers bezig, maar vooral families die op antwoorden hoopten. En op verantwoordelijkheid.
Nu wijst veel erop dat juist die hoop in de juridische nevel verdwijnt.
Het parket stelt dat er geen strafrechtelijk relevante fouten aantoonbaar zijn – althans geen die verder gaan dan mogelijke nalatigheden van overleden bemanningsleden. Een procedure tegen de luchtvaartmaatschappij EgyptAir lijkt daarmee onwaarschijnlijk. De definitieve beslissing ligt weliswaar nog bij de onderzoeksrechters, maar het verzoek van het parket weegt zwaar.
Voor de families van de slachtoffers klinkt dat als een bittere echo van vele luchtvaartrampen: jaren vol rapporten, technische analyses en tegenstrijdige theorieën – maar uiteindelijk niemand op de beklaagdenbank.
Bijzonder prangend blijft de vraag naar de brandoorzaak aan boord.
Franse onderzoekers en het BEA, de Franse instantie voor luchtvaartongevallenonderzoek, hielden jarenlang vast aan de these van een brand in de cockpit. Centraal stonden zuurstofsystemen en de mogelijkheid van een door zuurstof versterkte brand. Het onderwerp leek intern voldoende serieus te zijn dat het BEA speciaal een veiligheidsstudie publiceerde over zuurstofgevoede cockpitbranden.
De Egyptische autoriteiten schetsten daarentegen een ander beeld. Hun slotrapport uit 2024 beschrijft een explosie in het gebied van de voorste boordkeuken, gevolgd door brand en rookontwikkeling. Twee landen, twee scenario’s, geen gedeelde waarheid — het lijkt haast een metafoor voor deze hele zaak.
Juridisch gezien kan een non-lieu begrijpelijk lijken. Strafrecht vereist overtuigend bewijs, geen veronderstellingen. Maar menselijk gezien laat deze ontwikkeling een bittere nasmaak achter. Want naarmate procedures langer duren, verschuift vaak de grens tussen opheldering en vermoeidheid. Tien jaar is in de luchtvaart een eeuwigheid.
En toch blijft veel onopgelost.
De nabestaanden spreken inmiddels van ‘slordige justitie’. Een harde beschuldiging, maar een die uit jarenlange frustratie is geboren. Wie bijna een decennium op duidelijkheid wacht, verwacht op den duur meer dan technische formuleringen en juridische fijnheden. Juist bij rampen met internationale omvang ontstaat snel de indruk dat verantwoordelijkheid tussen instanties, staten en bedrijven wegglijdt als zand tussen de vingers.
Misschien ligt daarin de eigenlijke tragedie van deze zaak: niet alleen de crash zelf, maar het gevoel dat er uiteindelijk geen duidelijk antwoord blijft. Geen vonnis. Geen proces. Geen definitief punt.
Alleen stilte boven de Middellandse Zee.