De geur van vers brood werkt in de verwoeste steden van de Donbass bijna als een herinnering uit een andere wereld. Tussen verbrijzelde gevels, uitgebrande auto’s en wegen vol inslagkraters opent elke ochtend, dicht bij de frontlinie, een kleine bakkerij haar deuren. Terwijl er soms drones boven de daken cirkelen en het luchtalarm het dagelijks leven bepaalt, kneedt daar een Franse bakker dag in dag uit deeg.
Hij kwam al jaren voor de oorlog naar Oekraïne. Toen Rusland in februari 2022 de grootschalige invasie begon, vluchtte ook hij aanvankelijk. De raketaanvallen op Oekraïense steden, de beelden van verwoeste woonhuizen en de angst voor een snelle ineenstorting van het land deden veel buitenlanders vertrekken. Maar de Fransman keerde terug. Niet uit avontuurlust. Niet vanwege grote politieke leuzen. Maar omdat hij ervan overtuigd was dat juist de eenvoudige dingen tellen als alles om je heen uit elkaar valt.
De Franse bakker heet Loïc Nervi. Hij komt uit het departement Var in Zuid-Frankrijk en noemt zichzelf „boulanger sans frontières“. Sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog reist hij regelmatig met een mobiele veldbakkerij naar Oekraïense oorlogsgebieden en deelt daar brood uit aan de bevolking.
„Brood betekent normaliteit“, zegt Loïc telkens opnieuw tegen mensen die hem naar zijn doorzettingsvermogen vragen.
En inderdaad: in plaatsen dicht bij Kramatorsk of Slowjansk hebben bakkerijen inmiddels bijna iets symbolisch. Scholen werken vaak alleen online, veel winkels gaan slechts uren open, sommige dorpen hebben te kampen met water- en stroomtekorten. Maar voor de weinige geopende bakkerijtjes vormen zich ‘s ochtends rijen. Ouderen, gezinnen, soldaten op doorreis — allemaal wachten ze op een stukje dagelijks leven.
Het werk lijkt vaak op improvisatietheater onder constante stress. Stroomstoringen onderbreken het werk regelmatig. Meel komt laat binnen. Gist ontbreekt wekenlang. Medewerkers slapen deels in de kelder, omdat de luchtaanvallen ‘s nachts nauwelijks ophouden. Wanneer explosies dichterbij komen, zetten ze de ovens uit en rennen ze naar de schuilkelder. Gek, zou je kunnen zeggen. Of gewoon menselijk.
De oorlog verandert zelfs recepten. Boter geldt op veel plaatsen als luxe. Sommige broden worden gemaakt met vervangingsproducten of van gemengde meelsoorten. Het belangrijkste is dat de schappen niet leeg blijven.
De Russische aanvallen op het Oekraïense elektriciteitsnet treffen vooral de kleine ondernemingen hard. Veel bakkerijen functioneren nog maar met generatoren. Brandstof slokt enorme bedragen op. Internationale hulporganisaties ondersteunen daarom op sommige plaatsen met mobiele ovens, meel of reserveonderdelen. Franse, Poolse en Duitse hulpverleners organiseren leveringen tot in gevaarlijke regio’s dicht bij het front.
De Franse bakker deelt zijn broden inmiddels zelf uit in moeilijk bereikbare dorpen. De wegen gelden als riskant, sommige trajecten staan onder dronebewaking. Toch weigeren veel oudere bewoners hun huizen te verlaten. Voor hen betekent een bestelwagen met brood veel meer dan voedsel. Hij geeft het signaal: jullie zijn niet vergeten.
Juist daarin schuilt de eigenlijke kracht van zulke verhalen. In oorlogen denkt de wereld meestal aan tanks, frontverlopen en wapenleveringen. Maar het leven van een samenleving wordt vaak beslist op heel andere plekken — in scholen, ziekenhuizen of gewoon in een kleine bakkerij.
Oekraïne beleeft intussen een vierde jaar van de noodtoestand. Vooral in het oosten van het land is de uitputting tastbaar. De mensen spreken minder over overwinningen dan over volhouden. Nog een winter doorkomen. Nog een dak repareren. Nog eens de winkel openen.
De Franse bakker behoort tot die stille vorm van verzet. Zijn brood verandert niets aan de militaire situatie. Maar het voorkomt dat het dagelijks leven volledig verdwijnt.
En soms is precies dat genoeg.